Woonkosten, inkomensterugval, draagkracht

Wat zijn noodzakelijke woonkosten, wat is substantiële inkomensterugval, wat is uw draagkracht, wat zijn beschikbare geldmiddelen.

Wat zijn noodzakelijke woonkosten?

Tot de noodzakelijke woonkosten rekenen we: de kosten van huur (minus huurtoeslag), hypotheekrente, gas, elektriciteit en water. Het gaat hier alleen over de woonkosten van de woning waar u woont en waarvan u de eigenaar of hoofdhuurder bent.

Wat zien we als substantiële inkomensterugval?

Uw inkomen is ten minste 25% gedaald. Om dit te kunnen berekenen vergelijken we uw netto-inkomen over twee ‘peilmaanden’. Is uw inkomen al in 2020 gedaald? Dan vergelijken we uw inkomen van de maand januari 2020 met uw inkomen van de maand januari 2021.

Daalt  uw inkomen in 2021? Dan vergelijken we uw inkomen van de maand waarin dit gebeurt met uw inkomen in de maand ervoor.

Wat ziet de TONK o.a. als inkomen?

  • inkomsten uit arbeid in loondienst;
  • inkomsten uit verhuur, onderverhuur of kostgeverschap;
  • partner- en kinderalimentatie;
  • andere sociale zekerheidsuitkeringen;
  • periodieke lijfrente-uitkeringen;
  • inkomsten uit freelance werkzaamheden,;
  • inkomsten uit zelfstandig bedrijf of beroep;
  • studiefinanciering.

Wat is uw draagkracht / welk deel van de noodzakelijke woonkosten kunt u zelf betalen? 

We gaan ervan uit dat u 40% van uw inkomen kunt besteden aan de noodzakelijke woonkosten. Heeft u een (aanvullende) bijstandsuitkering? Dan gaan we ervan uit dat u 40% van de toepasselijke bijstandsnorm kunt besteden aan de noodzakelijke woonkosten. Ook kijken we naar uw ‘draagkracht in vermogen’. Hiermee bedoelen we het bedrag van de direct beschikbare geldmiddelen dat boven de vermogensgrens uitkomt.

  • Voor een alleenstaande is de vermogensgrens € 6.295,-.
  • Voor een alleenstaande ouder of gehuwden/samenwonenden is de vermogensgrens € 12.590,-.

We kijken naar de beschikbare geldmiddelen op de eerste dag van de ingangsmaand waarvoor u een tegemoetkoming TONK aanvraagt.

Dit zijn direct beschikbare geldmiddelen

  • contant geld;
  • geld op betaal- en spaarrekeningen;
  • cryptovaluta zoals bitcoins; en
  • de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties en opties en effecten in depot).

Vermogen in uw onderneming hoeft u niet mee te tellen.