Melden geuroverlast

  • Wat is het?

    Ervaart u geuroverlast door een bedrijf? Dan kunt u een melding doen via onderstaand formulier:

    Geef hier uw melding woon- en leefomgeving door, DigiD

    Houtrook

    Ongeveer 10% van de Nederlandse huishoudens bezit een met hout gestookte open haard, inzethaard of vrijstaande kachel. Houtrook bevat veel schadelijke stoffen, en kan leiden tot gezondheidsklachten en geuroverlast. Lees verder:

  • Wat moet ik doen?

    Wilt u hout gaan stoken? Bekijk dan eerst de Stookwijzer.

    Zo weet u of het een geschikt moment is om hout te stoken.
    Bovendien kunt u rekening houden met de volgende stooktips van de VVM:

    1. Zorg voor de juiste grootte van uw kachel in verhouding tot de ruimte die u wilt verwarmen. In veel gevallen heeft een kachel een te grote capaciteit. Het wordt dan al snel te warm tijdens het stoken, waardoor u het vuur gaat temperen (smoren). Hierdoor komen er veel meer schadelijke stoffen vrij omdat sprake is van onvolledige verbranding. Op internet zijn verschillende sites te vinden met een rekentool of een grafiek waarmee u de benodigde capaciteit kunt berekenen, maar het is beter om hiervoor een specialist in te schakelen. Deze specialist kan uw situatie als geheel beoordelen en u adviseren.
    2. Laat uw schoorsteen en rookkanaal goed afstemmen op uw haard of kachel. Een schoorsteen moet voldoen aan de daaraan gestelde eisen in het bouwbesluit. Want met een goed afgestemde en geïsoleerde schoorsteen en rookkanaal worden de rookgassen op de juiste manier afgevoerd. Dit is belangrijk voor uw eigen gezondheid en voor het voorkomen van schoorsteenbranden. Laat een installateur bepalen of uw schoorsteen en rookkanaal geschikt is. Een rookkanaal dat te kort is, of dicht in de buurt van omliggende panden is aangebracht, kan een oorzaak zijn van overlast omdat de houtrook zich niet goed kan verspreiden. Ook een regenkap op het rookkanaal kan de uitstroom van de rookgassen belemmeren en een reden zijn voor een slechte verspreiding.
    3. Laat minstens één keer paar jaar uw schoorsteen vegen door een erkend vakman. Regelmatig uw schoorsteen laten vegen voorkomt problemen, bijvoorbeeld een schoorsteenbrand met gevaar voor stoker en omwonenden.
    4. Maak een houtvuur aan met aanmaakblokjes en kleine houtjes. Het vuur aanmaken met brandbare vloeistoffen (bijvoorbeeld spiritus) is uit den boze. Een goede methode is om te beginnen met dik hout op de as, daarop losse houtjes en aanmaakblokjes en dit aan te steken . Dit is de zogenaamde Zwitserse methode. Op internet zijn instructiefilmpjes te vinden. Volg de vulinstructies van de kachelleverancier of fabrikant. Stapel het hout losjes, zodat de lucht er goed bij kan.
    5. Stook alleen droog, onbehandeld hout. Alleen gekloofd hout, dat minimaal twee jaar buiten onder een afdak te drogen heeft gelegen en niet te dik is (maximaal 7 cm), is geschikt voor uw open haard of houtkachel. U herkent droog hout aan scheuren en loszittende schors. Het vochtpercentage moet kleiner dan 20% zijn en hiervoor zijn eenvoudige meters in de handel. Het stoken van nat hout zorgt voor onvolledige verbranding. Bovendien geeft nat hout veel minder warmte af en leidt het stoken van nat hout eerder tot roetaanslag en schoorsteenbranden. Stook geen hout dat geverfd, gebeitst of geïmpregneerd is. Het verbranden van afval is in Nederland wettelijk verboden. Hiertoe behoren materialen zoals sloophout, multiplex en spaanplaat, plastic, papier, karton en textiel; zij zijn niet geschikt. Bij verbranding van dergelijke materialen kunnen (zeer) schadelijke stoffen vrijkomen, zoals chloorverbindingen, PAK's en zware metalen.
    6. Stook niet bij windstil of mistig weer. Door gebrek aan wind of bij mist blijven rookgassen om het huis hangen. Dit is schadelijk voor uw gezondheid en voor die van uw buren. Een windkracht van minder dan 2 op de schaal van Beaufort wordt beschouwd als windstil weer.
    7. Zorg voor voldoende frisse lucht in de ruimte waar gestookt wordt. Bij het stoken komen schadelijke stoffen vrij. Bovendien verbruikt een open haard veel zuurstof. Een houtkachel verbruikt veel minder zuurstof dan een open haard. Ventileer de woning extra door een raam of deur op een kier te zetten tijdens het stoken.
    8. Zorg voor volledige luchttoevoer. Zet de uitlaatklep naar de schoorsteen volledig open als u begint met stoken. Goede houtkachels zijn voorzien van regelbare kleppen, waarmee de luchttoevoer kan worden geregeld. Zet ook deze kleppen volledig open tijdens het stoken. Als het vuur te heet wordt, voeg dan minder brandstof toe. Verminder dan niet de luchttoevoer. Deze omstandigheden zijn met een open haard niet te realiseren.
    9. Controleer regelmatig of u goed stookt. U kunt eenvoudig zelf controleren of u goed stookt. Loop even naar buiten om de kleur van de rook uit uw schoorsteen te controleren. Kleurloze rook wijst op een goede verbranding. Gekleurde rook duidt er op dat de verbranding slecht is. De vlam in de houtkachel moet heldergeel zijn en niet onrustig flakkeren. Een oranje, onregelmatige vlam duidt op een onvolledige verbranding. Verbeter bij donkere rook of oranje vlammen de luchttoevoer.
    10. Laat een houtvuur vanzelf uitbranden. Als u een houtvuur tempert door de luchttoevoer te verminderen, komen veel schadelijke stoffen vrij. Laat het vuur daarom vanzelf uitbranden.