Historie Oosthuizen

Oosthuizen Oud Oosthuizen 1Meer informatie kunt u vinden op de website van de dorpsraad Oosthuizen.

Om een compleet beeld te krijgen over de historie van Oosthuizen verwijzen wij u naar de publicatie  "De Seevanck in oude kaarten en geschriften" uitgegeven door de Historische Vereniging Oosthuizen in september 2000. Een beknopte uiteenzetting volgt hieronder:

"Ten oosten van de Bamestra, ter hoogte van Noordbeemster ontstaat in de periode van 950 tot 1100 een nederzetting Atgereswere, volgens meerdere geschiedschrijvers wordt deze nederzetting ook Bemestra en later Asthusa genaamd."

Ter plaatse heeft men middeleeuwse gebruiksmaterialen gevonden. De nederzetting wordt vermeld in een aantekening betreffende een ruiling van grond "in Bemestra, que Atgereswere". De Cock en Opperman vermoeden dat het hier om Oosthuizen gaat. In het huidige Oosthuizen heeft men net als in Etersheim geen vroeg middeleeuwse gebruiksgoederen gevonden. Dit kan betekenen dat Oosthuizen in de vroege middeleeuwen nog niet bestond, of dat het dorp elders heeft gelegen en verplaatst is door landafslag. Het laatste is aannemelijk, de oorspronkelijke veenrivier breidde zich uit tot het Beemstermeer, circa 7000 ha groot. Hierdoor "wandelde" Oosthuizen, van oorsprong een gehucht gelegen in Kennemerland, Waterland-de Zeevang in. U kunt elders nogmaals vernemen dat het dorp tot 1612 veel had te lijden van het verder uitdijen van het Beemstermeer. De inpoldering hiervan behoedde ons van de ondergang.

Uit een kaart van voor 1612 blijkt dat De Havermeer, nog binnendijks, Oosthuizen scheidt van het Beemstermeer. Tussen 1200 en 1550 werd dit gebied doorsneden met kreken en werd steeds natter. De afslag ondermijnde dit gebied. Uit leenregisters blijkt dat na 1400 de Halich werd omringd door het water van de Beemster. Er loopt echter ten westen nog een Heerweg bij de Halich, nogmaals een bewijs dat de Havermeer eens een toegankelijk gebied is geweest. Een reconstructiekaart van de Havermeer laat nog enkele andere eilandjes zien, er staan bovendien meerdere data in deze kaart vermeld. Waar zij naar verwijzen is niet helemaal duidelijk. Volgens de heer Doets (schrijver van diverse genealogische werken) gaat hier om de banpalen welke door de overstromingen in deze tijd werden verzet. De kaart zelf is na 1530 gemaakt, de oorspronkelijke kadedijk is dan inmiddels verlegd naar de huidige plaats.

Oosthuizen wordt in het jaar 1214 als Asthusa Minora vermeld. J.J.M. Lambalk stelt in zijn scriptie van 1987, dat Oosthuizen al voor deze datum is vermeld, namelijk 1100-1140 in de inkomstenlijst van de abdij van Egmond.

Gerrit Boel van Heemskerk laat op eigen kosten omstreeks 1390 een kerk bouwen te Oosthuizen. We mogen daarom aannemen dat Oosthuizen rond 1390 ongeveer op het huidige grondgebied is gevestigd. De oudste vermelding van een pand stamt uit 1360, het blokhuis (versterkt huis, in enkele gevallen werd dit tot een burcht of kasteel uitgebouwd) was gelegen in de Oosterkoog. Ten oosten lag de Papenprove (de baten van dit land kwamen ten goede aan de kerk).

Oosthuizen prent kerkEen oude afbeelding van de kerk in Oosthuizen

In het jaar 1403 vermeldt men nogmaals een blokhuis. Het huis zelf staat op het Kosterijland; ene Pieter heeft dit land van de Graaf van Holland in gebruik. Ten westen van de Kosterije wordt de Papenprove vermeld. Men noemt ook Saedijk, Donre, Herenvenne, Kievitsvenne. Vermoedelijk betreft het hier de Oosterkoog, het perceel genaamd Saedijk wordt ook als Saddick vermeld. In de Oosterkoog ligt het perceel genaamd Saddick.

Omstreeks 1448 komen we het Vluisland tegen; dit lag nabij het blokhuis. De huizen lagen te midden van de landerijen. Oosthuizen zelf was waarschijnlijk ook nog geen lintdorp. Nadat de dijk op de huidige plaats kwam te liggen en bovendien als doorgangsweg diende, zal de bebouwing hierlangs geconcentreerd worden. Verhoogde agrarische activiteiten trok de aandacht van de handelaren en meerdere mensen vestigden zich hier dan ook. De handelsactiviteiten werden begin 17de eeuw nogmaals versterkt. De Beemster was droog en produceerde overvloedig diverse agrarische producten. De om deze droogmakerij gelegen dorpen pikten daar figuurlijk een graantje van mee: de molens uit deze dorpen kregen granen en koolzaad te verwerken. De kaasverwerking profiteerde van de productieve veestapel uit de vruchtbare Beemster.

Straatnamen komen wij pas rond 1700 regelmatig tegen. De eerste aanduiding was die van een huis tussen de sluis en de kerk. Ook noemde men de Kerkebuurt. Na 1700 wordt er melding gemaakt van het Westeinde (ten westen van de kerk) en van het Oosteinde (ten oosten van de kerk). De huidige Raadhuisstraat, voorheen Dorpsstraat, werd in het verleden het Oosteinde genoemd. De Raadhuisstraat vanaf drogisterij Van der Meer tot de Rabobank, werd Dubbele Buurt genoemd. De bebouwing was aan beide zijden van de weg.

Het gebiedje rond de kerk werd de Kerkebuurt genoemd. Het eerste deel van de Westerkoogstraat (vanaf het Oosteinde) werd als Molenpad aangeduid. Tussen de Rooms-Katholieke kerk en de Koggehoorn lag het Laantje. Dit eindigde ongeveer bij het huidige tunneltje. Na de aanleg van de Zesstedenvaart in het jaar 1660, verkregen wij ook een jaagpad. Dit was het begin van de Jaagweg.

Oosthuizen Etersheim uitzichEtersheim

"Etersheim, uitzicht vanaf de Dijk"

Etersheim is als één van de oudste dorpen van de Zeevang omstreeks 800 ontstaan. Etersheim of Ettershem, zoals deze plaats in een oorkonde van 1277 vermeld staat, betekent "uiterste woonplaats".

Het Etersheim van voor 1200, dat "uiterst" oostwaarts lag aan de monding van de Ooster Ee, is nagenoeg verdwenen. Aan de noordkant grensde het dorp aan de Korsloot of Schuifsloot. Men neemt aan dat aan deze watering een tol was. Etersheim wordt in 1344 vermeld vanwege de bier en schiptol. Na 1344 wordt deze tol niet meer vermeld. Volgens verschillende geschiedschrijvers is de Schar in plusminus 1319 afgedamd. Vandaar de gedachte dat de tol elders zou zijn geheven. Het zou dus mogelijk kunnen zijn dat deze tol tot 1319 aan de Korsloot was gevestigd en tussen 1319 en 1344 aan de Wijzend. Deze tol kan ook aan de Leek (ook wel als Ee vermeld) hebben gelegen.

Volgens Cor Haan die zijn leven lang in de Zeevang woonde en werkte, voeren de schippers uit De Rijp met hun schepen via het Beemstermeer naar de Wijzend. Ds. Kwantes vertelde de volgende overlevering: "Als de walvisvaarders uit De Rijp naar zee (Zuiderzee) voeren zagen zij in het oosten enkele huizen staan". Er wordt beweerd dat men via de Wijzend naar de Zuiderzee voer. De Wijzend werd de Sluister Wijzend genoemd. Is dit een verwijzing naar een sluis?